muur

Een muur is een rechtopstaande constructie van bijvoorbeeld leem, steen, baksteen of gewapend beton en dient als afscheiding tussen twee ruimten. Het woord muur is afgeleid van het Latijnse woord murus (= muur). Daarmee is het woord muur een van de meest ingeburgerde leenwoorden van het Nederlands. De volgende soorten muur kan men onderscheiden: los- of vrijstaande muren, muren die geen deel uit maken van een gebouw; muren die deel uitmaken van een gebouw.

gas

Aardgas is een van de fossiele brandstoffen. Het ontstaat bij hetzelfde proces dat tot de vorming van aardolie leidt en vertegenwoordigt de lichtere fractie organische producten van dat proces. Aardgas wordt vaak samen met aardolie gevonden, hoewel soms het gas kans ziet in andere aardlagen door te dringen dan de veel zwaardere olie en er zo een scheiding kan zijn ontstaan. In Europa wordt aardgas vooral in en rond de Noordzee aangetroffen onder andere onder het noorden van Nederland (zie ook Aardgaswinning in Nederland). Aardgas uit het Groningse Slochteren bestaat voor 81,9% uit CH4 (methaan), voor 3,3% uit hogere gasvormige koolwaterstoffen, en voor de 14% uit stikstofgas en 0,8% kooldioxide. Aardgas van andere winplaatsen heeft vaak een andere samenstelling en bevat soms ook waterstofsulfide (“zuur gas”). In het verleden is aardgas vaak als een afvalproduct beschouwd van oliewinning en eenvoudigweg ‘afgefakkeld’. Ook nu gebeurt dit nog wel als het erg ver van de bewoonde wereld aangetroffen wordt en het transport naar de consument te veel problemen oplevert. Dit is ecologisch gesproken erg jammer omdat van de fossiele brandstoffen aardgas de schoonste soort is. Affakkelen is echter wel beter dan het methaan simpelweg laten ontsnappen naar de atmosfeer omdat de bijdrage aan het broeikaseffect van methaan ca. 25 maal hoger is dan kooldioxide. Nog beter zou het zijn om het gas weer de bodem in te pompen. Dit is bijna altijd mogelijk maar vergt enige extra investering. In arme landen weigeren zowel regeringen als oliemaatschappijen vaak om deze investeringen te doen. Methaan levert bij verbranding dubbel zoveel water als kooldioxide terwijl steenkool voornamelijk in kooldioxide wordt omgezet. Bovendien geeft aardgas vrijwel geen roet of as. Het is ook veel gemakkelijker dan steenkool of aardolie te ontdoen van onzuiverheden zoals zwavel met het Clausproces.

wind

Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. Deze ontstaat door horizontale luchtdrukverschillen, waarna de kracht en richting worden beïnvloed door de draaiing van de aarde en eventueel de wrijving met het aardoppervlak. De dominante windrichting over het aardoppervlak en de straalstromen hoger in de atmosfeer worden beschreven door drie zogenaamde circulatiecellen: Hadleycellen, tussen de evenaar en de 30e breedtegraad Ferrelcellen, tussen 30e breedtegraad en 60e breedtegraad polaire cellen, tussen de 60e breedtegraad en de pool De circulatiecellen geven aan wat de dominante windrichting (noord/zuid) is op een bepaalde breedtegraad en bepalen ook in welke zones meestal hoge- of lagedrukgebieden liggen. Hoewel dit een eenvoudig patroon lijkt, is de werkelijkheid ingewikkelder. Zie verder: Atmosferische circulatie. Door drukverschillen rond (vooral hoge) gebouwen ontstaat ook een hardere wind, vergelijkbaar met tocht. De wind kan sterk variëren in snelheid. De windsnelheid wordt uitgedrukt in een getal van de schaal van Beaufort, in m/s of, minder wetenschappelijk, in km/h. In de luchtvaart wordt de windsnelheid aangegeven in knopen. De termen ‘windkracht’ of ‘windsterkte’ worden ook wel gebruikt, maar zijn formeel onjuist, omdat deze grootheid wordt uitgedrukt in de eenheid van snelheid. De windsnelheid heeft veel effect op de gevoelstemperatuur die iemand ervaart. Bij harde wind en vorst noemt men dit verschijnsel windchill.

Onderhoud

Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel, het in “een aanvaardbare conditie” houden of terugbrengen van machines, gebouwen, relaties, verkeersinfrastructuur, computerprogramma’s, natuur enzovoort, teneinde de ‘gevraagde mate van functionaliteit’ te borgen. De ‘gevraagde mate van functionaliteit’ is te definiëren voor de aspecten: Bruikbaarheid; de mate waarin het helpt met een bepaalde activiteit Veiligheid; de mate waarin het behoedt voor lichamelijke schade Comfort; de mate waarin het behoedt voor een onprettig gevoel Duurzaamheid; de mate waarin het behoedt voor onnodige inzet van mankracht en uitputting van energie en grondstoffen Uitstraling; de mate waarin het een subjectieve ervaring van “schoonheid” geeft Er is vaak sprake van een geleidelijke afname van de functionaliteit en maar in een beperkt aantal gevallen gaat de functionaliteit meteen verloren.

Amsterdam Noord

Amsterdam-Noord is het deel van de Nederlandse gemeente Amsterdam dat ten noorden van het IJ ligt. Het gebied werd in 1981 een stadsdeel van de gemeente Amsterdam. Het stadsdeel telt (stand 2011) 86.675 inwoners en heeft een oppervlakte van 49,01 km². Het stadsdeel wordt bestuurd als bestuurscommissiegebied. Samen met Osdorp was Noord per 1 december 1981 een van de twee eerste stadsdelen van de gemeente Amsterdam met een eigen gekozen stadsdeelraad en bestuur.

wc papier

Toiletpapier of wc-papier is een papierproduct dat op het toilet wordt gebruikt en dat speciaal is ontworpen voor het reinigen van de anus na het defeceren en van de vrouwelijke genitaliën na het urineren.

schuim

Schuim is volgens de meest algemene definitie een mengsel van verschillende gasbellen in een vloeistof of vaste stof.

energie

Energie in economische opzicht is die energie die door de mens wordt aangewend om zijn overlevingskansen, comfort en welvaart te vergroten. Technische vooruitgang maakte een steeds grotere beheersing van de natuur mogelijk, maar tegelijkertijd werd de mens daarmee steeds afhankelijker van die techniek. De bevolkingsgroei die mogelijk werd gemaakt door de overgang naar landbouw en de industriële revolutie maakte het onmogelijk om terug te keren naar de oude samenleving zonder grote sterfte. De eerste energievorm waarover de mens kon beschikken was de eigen spierkracht. Waarschijnlijk zo’n 400.000 jaar geleden volgde de volgende stap, de beheersing van vuur. Door het domesticeren van dieren in de eerste landbouwsamenlevingen, kon men deze inzetten als trek- en lastdier. Dit vergrootte de productie- en transportmogelijkheden in belangrijke mate. De introductie van het zeil betekende een grote vooruitgang bij het transport over water. Grootschalige mechanische energieopwekking vond voor het eerst plaats met wind- en watermolens. Een belangrijke bijdrage aan de welvaart van de Verenigde Provinciën tijdens de Gouden Eeuw werd geleverd door turf. De grote omwenteling volgde echter kort daarna. Het gebruik van fossiele brandstoffen maakte de industriële revolutie mogelijk. Aanvankelijk was deze gebaseerd op steenkool en cokes, maar gedurende de twintigste eeuw nam het belang van olie en in mindere mate gas sterk toe. Onder druk van de milieuvervuiling, de bijdrage aan het broeikaseffect en de eindigheid van de voorraden fossiele brandstoffen wordt gezocht naar alternatieven. Het aandeel van deze zogenaamde duurzame energie in het totale energieverbruik stijgt langzaam. De bovenstaande tabel is uitgedrukt in Mcal. Het energieverbruik in moderne samenlevingen ligt zo’n honderd maal hoger dan voordat de mens gebruik begon te maken van vuur.

warmteweerstand

De thermische weerstand of warmteweerstand hangt samen met de eigenschap van nagenoeg alle materialen en stoffen om warmte te geleiden. Metalen zijn goede warmtegeleiders, hebben dus een lage weerstand. Lucht en kunststof zijn voorbeelden van slechte warmtegeleiders, dus met een hoge thermische weerstand. Meestal is een goede of slechte warmtegeleider tevens een goede respectievelijk slechte geleider van elektriciteit. De warmteweerstand van een laag materiaal is afhankelijk van de thermische geleidbaarheid en de dikte van de laag. De warmteweerstand van een laag wordt bepaald met: : Daarin is R de warmteweerstand in m2.K/W, d de dikte van de laag in m en λ de thermische geleidbaarheid in W/(m.K) van het materiaal van de laag. De thermische geleidbaarheid van een materiaal kan opgezocht worden in tabellen met de eigenschappen van diverse materialen. Soms is in deze tabellen nog de oude aanduiding kcal/(m.h.C) gebruikt. Dit is eenvoudig om te rekenen met: : in kcal/(m.h.C) . in W/(m.K). De totale warmteweerstand van een constructie wordt bepaald door de warmteweerstanden van de lagen waaruit de constructie is samengesteld bij elkaar op te tellen: : Daarin is Rc de totale warmteweerstand van de constructie en zijn R1 t/m Rn de warmteweerstanden van de lagen waaruit de constructie is opgebouwd. In de bouw wordt de totale warmteweerstand van een constructie vaak aangeduid met Rc. Deze waarde is exclusief de warmteweerstand van een luchtlaagje aan weerszijden van een constructie. Voor het berekeningen van een warmtestroom door een wand (warmteverliesberekening) moet de warmteweerstand van het luchtlaagje aan weerszijden van de wand aan de Rc-waarde toegevoegd worden. In de warmteverliesberekeningen wordt gebruikgemaakt van de U-waarde (voorheen ook wel aangeduid met K-waarde). De U-waarde is de reciproque waarde van de totale warmteweerstand van een wand (U = 1/Rw). De berekening van de U-waarde en van een warmtestroom door een wand staat omschreven bij het trefwoord U-waarde.

Glaswol

Glaswol is een silicaat dat gebruikt wordt als isolatiemateriaal. Het is een product dat vervaardigd wordt uit zand en gerecycleerd glas (geen post consumer). Het is niet brandbaar en niet oplosbaar in water, en daardoor erg geschikt als bouwmateriaal. Omdat glaswol jeuk kan veroorzaken, moet bij het werken ermee wel beschermende kledij worden gedragen, zoals werkhandschoenen en een stofmasker. Glaswol is simpel te verwerken. Het weegt weinig. Men kan het knippen met een schaar of snijden met een lang mes (bijvoorbeeld een broodmes). Het kan worden gevouwen en in onregelmatige ruimte worden gepropt. Om het vast te zetten kunnen nietjes of spijkertjes worden gebruikt. Een glaswoldeken heeft een zeer open, driedimensionale structuur. Lucht wordt als het ware ingesloten tussen de vezels en kan dus niet circuleren en warmte afvoeren: er wordt een isolerende luchtlaag gevormd. Glaswol wordt ook geleverd met een bekleding erop bijvoorbeeld een laagje aluminiumfolie. Bij het isoleren van zolders kan deze beklede variant worden toegepast om zo een dampdichte isolatielaag te verkrijgen. De dampremmer, die aan de warme kant moet worden aangebracht, zorgt er dan voor dat er geen vochtproblemen door condensatie in het zolderdak ontstaan.

minerale wol

Minerale wol is de algemene aanduiding van twee soorten isolatiemateriaal namelijk: glaswol en steenwol. Deze minerale wollen zijn gesponnen uit glas of steen. Het zijn duurzame materialen zonder chemische bestanddelen.

kunststof

Kunststoffen zijn in algemene zin alle chemische verbindingen die door niet-natuurlijke scheikundige processen worden gemaakt. In het dagelijks leven bedoelt men met de term kunststof (onterecht) vaak hetzelfde als met plastic: een organische polymeer. Kunststof is een organisch materiaal dat is opgebouwd uit zeer grote moleculen die ontstaan door synthese (een reactie waardoor er een nieuwe stof ontstaat) van grondstoffen. Deze grondstoffen gaan covalente of ionaire bindingen aan en vormen zo amorfe of kristallijne stoffen. Er zijn 3 soorten: Thermoplasten (smelten bij opwarming) Thermoharders (ontbinden bij opwarming) Elastomeren Soms worden kunststoffen versterkt, traditioneel vooral door inbedding van glasvezel, tegenwoordig ook met nieuwe kunststofvezels zoals Kevlar, Twaron en Dyneema. Kunststoffen zijn van organische oorsprong en niet biologisch afbreekbaar. Ze vormen daarom een milieuprobleem indien ze als afval worden weggegooid. Tegenwoordig bestaan er alternatieven in de vorm van bioplastics die wel biologisch afbreekbaar zijn en daarom minder belastend zijn voor het milieu.

binnen

Een ruimte is een plaats in een gebouw die geheel of gedeeltelijk door bouwkundige scheidingsconstructies wordt begrensd. Als er mensen kunnen verblijven en er activiteiten plaatsvinden spreekt men van verblijfsruimte.

polystyreen

Polystyreen (afgekort PS) is een thermoplastisch polymeer van het monomeer styreen. Het is een kunststof van petrochemische oorsprong. Het is waterafstotend en het kan in beperkte hoeveelheid een bepaalde last dragen. In geëxtrudeerde (XPS) of geëxpandeerde (EPS) vorm wordt het gebruikt als isolatiemateriaal. center Deze kunststof wordt veel gebruikt voor goedkope geperste voorwerpen zoals wegwerpbekertjes en frietbakjes. Eventueel kan deze kunststof stijver gemaakt worden door toevoeging van 1,3-butadieen en van acrylonitril (ABS). Kristallisatie van de moleculen is door de onregelmatige vorm van de moleculen onmogelijk; deze kunststof komt steeds amorf voor. De glasovergangstemperatuur Tg van polystyreen is 95 °C. Boven die temperatuur wordt het materiaal slap en vervormbaar. Dat is te merken wanneer er zeer warme dranken (warmer dan 95 °C) in een polystyreen wegwerpbekertje geschonken worden: het bekertje lijkt dan te smelten. Polystyreen is niet resistent tegen koolwaterstoffen, zoals de meeste lijmen en petroleumproducten. Het lost daarom erg snel op in bijvoorbeeld benzeen of n-pentaan en werd daarom gebruikt in enkele soorten napalm B en Mark 77 brandbommen als verdikkingsmiddel.

Polyisocyanuraat

Polyisocyanuraat, ook wel PIR genoemd, is hard kunststofschuim dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor warmte-isolatie. Voor deze toepassing heeft het betere eigenschappen dan polyurethaan (pur).

dampremmende laag

De dampremmende of dampdichte laag (Engels: damp-proof membrane) is een bouwkundig vlies, dat het transport van waterdamp in een scheidingsconstructie vertraagt of voorkomt. Het dampscherm moet worden aangebracht aan de warme zijde om condensatie in een dak, gevel of vloer te voorkomen. Ook gaat de dampremmende laag tegen, dat isolatiemateriaal vochtig wordt en beperkt deze tochtverschijnselen. Er zijn verschillende dampremmende materialen beschikbaar, waarvan de meest gebruikte zijn: polyethyleen- (PE) en gebitumineerde folies.

Pur

Polyurethaan (pur) is een belangrijke familie polymeren, die veel toepassingen kent, zo wordt het onder meer gebruikt als kunstmatig alternatief voor leder. Pur is een copolymeer dat bestaat uit twee segmenten: een hard segment, meestal een di-isocyanaat zoals methyleendifenyldi-isocyanaat (MDI) of 2,4-tolueendi-isocyanaat (TDI) dat eindigt in twee (of meer) functionele NCO-groepen een zacht segment dat eindigt in twee (of meer) OH-groepen, bijvoorbeeld een polyol zoals PEO of PPO. De polyolen kunnen “op maat” gemaakt worden waarin het aantal -OH-groepen en de lengte van de ketens varieert. Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden los bekeken juist een zachte stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien kan door de keuze van de lengte(verdeling) zowel zacht als hard (het aantal NCO- of OH-groepen per molecule) de eigenschappen van het materiaal binnen ruime grenzen aangepast worden. Een aardig voorbeeld van de toepassing van polyurethanen is het gebruik in verven en coatings, zoals autolakken. Voor autolakken gelden bepaalde eisen: onder andere goede krasvastheid (dus hard), steenslagbestendigheid (dus flexibel), goede glans (dus na uitharden, chemisch en fysisch inert) en lage waterdoordringbaarheid. Met coatings op basis van polyurethaanchemie kunnen deze eisen worden gehaald. In de jaren ’60 zijn polyurethaan of PU-afwerkingen ontwikkeld voor de industrie. De grote druk- en treksterkte en vloeistofdichtheid van het materiaal waren met name in de zware industrie belangrijke factoren. Sinds de millenniumwisseling heeft de producttoepassing zich verplaatst naar de esthetische markt. Er is een aantal onderverdelingen in de PU-familie aan te brengen:

EPS

Geëxpandeerd polystyreen (Engelse afkorting: EPS, naar expanded polystyrene) of PS-hardschuim is een karakteristieke en vrijwel altijd witte kunststof, in de volksmond piepschuim genoemd, of ook wel Isomo, merknaam van een West-Vlaams bedrijf dat in 1956 begon met de productie van EPS (isomo staat voor ‘isolation moderne’). Het is voorts ook bekend onder de merknamen Tempex, Styropor en Depron. EPS wordt meer dan 50 jaar voor vele doeleinden toegepast. Het is van oorsprong bedoeld als isolatiemateriaal en kent daarin nog steeds zijn grootste toepassing, naast verpakkingen en producten voor de grond-, weg- en waterbouw-sector.

geïsoleerd

Warmte-isolatie of thermische isolatie is een eigenschap van materialen en constructies om de overdracht van thermische energie (warmte) tussen twee zijden van het materiaal of de constructie tot een minimum te reduceren.

sifon

Een waterslot, zwanenhals of sifon, is een instrument dat het mogelijk maakt om twee gassen door een vloeistof van elkaar gescheiden te houden mits er geen al te groot drukverschil tussen bestaat. Indien het drukverschil te groot wordt zal het gas met de grootste druk zich in bellen door de vloeistof heen persen en zich met het andere vermengen.